Tips & advies

Hoeveel tegels heb je nodig? Zo bereken je snijverlies, dozen en reserve

Te veel tegels kopen is vervelend. Te weinig is erger. Een doos te veel zet je in de garage. Een doos tekort betekent nabestellen en wachten, en misschien een nieuwe partij die net een tintje anders is dan wat al op je vloer ligt. Dat verschil zie je daarna elke dag.

Hoeveel tegels heb je dan wél nodig? Met een meetlint, een rekenmachine en een kwartiertje kom je al heel dicht bij het juiste aantal. Hieronder rekenen we het je voor, met drie uitgewerkte voorbeelden (een badkamer, een grote leefruimte en een terras) en de dingen die bijna iedereen vergeet.

Tegels berekenen in 3 stappen

Tegels berekenen in 3 stappen: 20 m² plus 10% snijverlies is 22 m², gedeeld door 1,44 m² per doos geeft 16 dozen
  1. Meet elke ruimte op en reken de oppervlakte uit in m².
  2. Tel er snijverlies bij: van 5% voor een eenvoudige rechte vloer tot 20% voor visgraat (zie de tabel hieronder).
  3. Deel door het aantal m² per doos en rond altijd naar boven af.

En bestel alles in één keer, uit dezelfde partij. Na de werken hou je een paar tegels opzij.

Op elke tegelpagina in onze webshop staat onder “Hoeveel heb je nodig?” een rekenhulp die stap 3 voor je doet. Vink je “10% snijmarge meerekenen” aan, dan telt hij er ook meteen snijverlies bij. Voor de meeste binnenvloeren is dat een goed vertrekpunt. Maar 10% is een gemiddelde: voor visgraat, grote formaten of een toilet met veel hoeken is het te weinig, voor een eenvoudig terras vaak te veel.

Stap 1: meet wat er echt betegeld wordt

Meet in centimeter, niet in “een goeie drie meter”. Meet elke muur op twee plaatsen, want muren lopen zelden perfect evenwijdig, en neem telkens de grootste maat.

Een L-vormige ruimte deel je op in rechthoeken die je apart uitrekent en daarna optelt. Een living met open keuken en een inkom reken je zo als drie rechthoeken.

Twee plekken waar mensen vaak twijfelen:

  • Onder de keukenkasten. Wij zouden daar gewoon doortegelen, zeker bij een open keuken. Vervang je de keuken ooit of schuif je een kast op, dan zit je anders met een stuk vloer zonder tegels, en die tegel vind je dan niet meer.
  • Onder het bad of de douchebak. Meestal niet nodig. Een inloopdouche tegel je uiteraard wel mee.

Voor wanden reken je per muur de breedte maal de hoogte. Deuren en ramen trek je af, stopcontacten en kraanwerk niet. Tel er wel bij wat er extra betegeld wordt: de dagkanten van een raam, de binnenkant van een nis, een leidingkoker of de ombouw van een bad. Dat zijn kleine oppervlaktes met veel zaagwerk, en net die worden het vaakst vergeten.

Stap 2: snijverlies, of waarom 10% niet altijd klopt

Snijverlies bij tegels ontstaat aan de randen: daar moeten tegels op maat gezaagd worden, en niet elk reststuk kan je nog ergens anders kwijt. Hoeveel je verliest, hangt af van het legpatroon, het formaat en de vorm van de ruimte.

Extra tegels per legpatroon: recht verband 5 à 10%, ⅓ verband 10%, halfsteens 10%, diagonaal 15%, visgraat 15 à 20% en grote formaten 10 à 15%
Zes legpatronen en hoeveel extra je ongeveer bijrekent. Hoe meer schuine en korte sneden, hoe meer reststukken je niet meer kan gebruiken.

Als vuistregel:

SituatieReken extra
Recht verband, tegels tot 60×60, rechthoekige ruimte5 à 10%
Halfsteens of ⅓ verband (houtlook, 30×60, 60×120)10%
Grote formaten: 60×120, 120×120 en groter10 à 15%
Diagonaal15%
Visgraat of Hongaarse punt15 à 20%
Kleine of grillige ruimte: toilet, inkom met veel deuren, badkamer met nissennog eens 5% extra

Waarom vragen grote formaten meer? Elk reststuk is groot, en je krijgt het zelden nog ergens anders geplaatst. En breekt er een tegel van 120×120 bij het zagen of het dragen, dan ben je in één klap 1,44 m² kwijt.

Nog iets over halfsteens: bij tegels van 60 cm lang of meer raden fabrikanten meestal een ⅓ verband aan. Zo’n lange tegel is nooit helemaal vlak, en bij halfsteens valt het hoogste punt net naast de rand van de volgende tegel. Dan zie en voel je een randje (overzet).

Let op de strook tegen de muur

Neem tegels van 60×60. Na de laatste volle tegel blijft er tegen de muur een strook van 28 cm over. Uit één tegel zaag je er twee, dus één tegel is goed voor 1,20 m langs de muur. Is die strook 32 cm, dan haal je er maar één uit, en de rest van net geen 28 cm is meestal afval. Vier centimeter verschil, en langs die muur verbruik je dubbel zoveel tegels.

Snijverlies bij tegels: uit een tegel van 60 cm zaag je twee stroken van 28 cm, maar slechts één strook van 32 cm

Een goede plaatser tekent daarom eerst het legplan uit en schuift het zo dat de sneden gunstig vallen, zonder smalle reepjes van een paar centimeter langs de muur. Dat kan je vooraf ook zelf bekijken: in het tabblad “Legplan” op onze productpagina’s vul je de lengte en breedte van je ruimte in, kies je het legpatroon (recht, ⅓ verband, halfsteens of diagonaal) en zie je in 3D hoe de tegels in jouw ruimte vallen.

Stap 3: afronden naar volle dozen

Tegels worden per doos verkocht, en hoeveel m² er in een doos zit, verschilt per tegel. Bij een 60×60 is dat bijvoorbeeld 1,08 m² (drie tegels), bij een 30×60 1,44 m² en bij een 120×120 al snel 2,88 m² (twee tegels). In het blok “Hoeveel heb je nodig?” op elke productpagina staat hoeveel er in een doos zit.

Deel wat je nodig hebt door de inhoud van één doos en rond naar boven af. Altijd naar boven: een halve doos bestaat niet. Onze rekenhulp doet dat automatisch.

In een kleine ruimte weegt dat afronden zwaarder door dan het snijverlies. Een toilet van 1,00 op 1,60 m is 1,60 m². Met 15% erbij (kleine ruimte, veel sneden) heb je 1,84 m² nodig. Met 1,08 m² per doos worden dat twee dozen, dus 2,16 m²: een derde meer dan de vloer groot is. Daar is niks mis mee, zo worden tegels nu eenmaal verpakt. Voor zo’n klein project loont het trouwens om eens bij onze outletloten te kijken. Je hebt maar een paar vierkante meter nodig, en net die kleinere partijen vind je daar.

Rekenvoorbeeld 1: hoeveel tegels voor een badkamer van 2,40 op 1,80 m?

De vloer in 60×60, de wanden in 30×60 tot 2,40 m hoog, een inloopdouche met een nis en een klein raam.

Badkamer met inloopdouche en grote beige tegels op vloer en wanden
Badkamer met inloopdouche in Royal Beige. Nissen, ramen en leidingen bepalen hier het zaagwerk.

Vloer. 2,40 × 1,80 = 4,32 m². Kleine ruimte, sneden rond de afvoer en de leidingen: met 15% erbij kom je op 4,97 m². Met 1,08 m² per doos is dat 4,6 dozen, dus 5 dozen (5,40 m²).

Wanden. De omtrek is 2 × (2,40 + 1,80) = 8,40 m. Maal 2,40 m hoogte is dat 20,16 m². De deur gaat eraf (0,88 × 2,05 m = 1,80 m²), het raam van 60 op 60 cm ook (0,36 m²). Maar de dagkanten rond dat raam, 15 cm diep, zijn samen ook 0,36 m². Bij een klein raam trek je dus eigenlijk niks af. De nis van 30 op 60 cm en 10 cm diep voegt nog 0,18 m² toe. Totaal: 18,54 m².

Met 15% snijverlies kom je op 21,32 m². Aan 1,44 m² per doos zijn dat 14,8 dozen, dus 15 dozen. Met 14 dozen zou je maar 8,8% marge hebben, en dat is krap voor een nis en een raam vol sneden.

Lijm, voegsel en siliconen. Vloertegels van 60×60 verlijm je dubbel (meer daarover bij de lijm verderop): reken zo’n 6,5 kg lijm per m². Voor de wanden volstaat ongeveer 4 kg per m². Samen is dat zo’n 100 kg, dus vijf zakken van 25 kg. Voegsel: 0,7 kg voor de vloer (voeg van 3 mm) en 3,2 kg voor de wanden (voeg van 2 mm). Dezelfde voegkleur voor vloer en wand? Dan volstaan twee zakjes van 3 kg. Twee kleuren? Dan heb je er drie nodig, want 3,2 kg past net niet in één zakje. De binnenhoeken en de aansluiting tussen vloer en wand zijn samen zo’n 17 meter kitvoeg. Een koker van 310 ml doet ongeveer 8 à 9 meter, dus twee kokers, of drie als je ruim wil zitten.

Onder de tegels in de douchezone hoort ook een waterdichting. Waarom, lees je in ons artikel over waterdichting in de badkamer.

Rekenvoorbeeld 2: living, keuken en inkom in 120×120

Eén doorlopende vloer in grote tegels: een living van 7,20 × 4,10 m (29,52 m²), een open keuken van 3,60 × 3,20 m (11,52 m²) en een inkom van 4,50 × 1,20 m (5,40 m²). Samen 46,44 m².

Woonkamer met grote grijze marmerlook tegels op vloer en wand
Grote tegels in Royal Grey: weinig voegen, maar elk reststuk is groot.

Grote formaten, drie ruimtes en een smalle gang: hier rekenen we 12%. Dat geeft 52,01 m². Met twee tegels van 120×120 per doos (2,88 m²) is dat 18,06 dozen. Met 18 dozen zit je net onder de 12% die we vooropstelden (11,6%). Maar de plinten zijn nog niet meegeteld.

Plinten. Stel dat je, na aftrek van deuren en keukenkasten, 38 meter plint nodig hebt. Zaag je de plinten uit de vloertegel, dan haal je uit elke vierkante meter tegel ongeveer 13 lopende meter plint van 7 cm hoog (bij 8 cm is het zowat 12 meter). Met zaagverlies aan hoeken en deuren reken je beter met 10 meter per m². Voor 38 meter heb je dan 3,8 m² extra nodig, samen 55,81 m². Dat maakt 20 dozen. Alleen de buitenste stroken van een tegel hebben nog een fabrieksrand; bij de andere moet de bovenkant nog afgewerkt worden. Dat is een goede reden om plinten op maat te nemen. Die bestel je mee in het legplan op de productpagina, onder “Benodigdheden”.

Lijm en voegsel. Grote tegels verlijm je dubbel: lijm op de vloer én een dunne laag op de rug van de tegel, zodat er geen holle plekken onder blijven. Reken op 7 à 8 kg lijm per m², voor deze vloer dus zo’n 13 à 15 zakken van 25 kg. Het voegsel valt daarentegen erg mee: bij een tegel van 9 mm dik en een voeg van 2 mm verbruik je voor de hele vloer nog geen 3 kg. Hoe groter de tegel, hoe minder voegen.

Rekenvoorbeeld 3: een terras waarvan je de maat nog kiest

Bij een terras heb je vaak iets wat je binnen niet hebt: je kan de maat nog kiezen. Dan stem je het terras af op de tegel, in plaats van omgekeerd.

Terras met grijze keramische terrastegels Authority Grey 60×60×2
Terras in Authority Grey 60×60×2, in werkelijkheid 59,5 × 59,5 cm.

Neem een terrastegel van 60×60×2. Kijk eerst naar de werkelijke maat, want sommige tegels die als 60×60 verkocht worden, meten 59,5 of 59,7 cm. Onze Authority 60×60×2 is bijvoorbeeld 59,5 × 59,5 cm. Daarom zit er 0,71 m² in een doos van twee tegels, geen 0,72. Met een voeg van 3 mm neemt elke tegel dus 59,8 cm in.

Vaste maat van 6,00 × 4,00 m. In de lengte passen 10 tegels (5,98 m); de resterende 2 cm vang je op aan de randen. In de breedte passen 6 volle tegels (3,59 m), en er blijft een strook van 41 cm over. Voor die strook zaag je 10 tegels op maat, en van elke tegel gaat 18 cm verloren. Tel je de tegels één voor één, dan heb je er 70 nodig: 35 dozen. Met de 10%-regel had je er 38 besteld.

Maat afgestemd op de tegel: 5,98 × 4,19 m. Ook 70 tegels, ook 35 dozen. Maar nu zaag je geen enkele tegel, en je terras is zelfs een vierkante meter groter.

Terrastegels berekenen: terras van 6,00 × 4,00 m met 10 gezaagde tegels tegenover 5,98 × 4,19 m zonder sneden, telkens 70 tegels

Voor een eenvoudig rechthoekig terras is tegels tellen dus nauwkeuriger dan werken met procenten. Leg wel één doos extra opzij voor breuk en voor later. Meer over de dikte en de plaatsing lees je in ons artikel over 1 cm of 2 cm buitentegels en in onze uitleg over tegeldragers.

Tint en kaliber: waarom je alles in één keer bestelt

Tegels worden in partijen gebakken, en elke partij is nét anders. Daarom staan er op elke doos twee codes: de tint (soms tono of shade) en het kaliber (calibro). De tint is de kleurnuance. Het kaliber is de exacte maat; vooral bij niet-gerectificeerde tegels kan die tussen partijen een millimeter of meer verschillen, genoeg om je voegen te zien verspringen.

In de doos zie je van zo’n tintverschil niks. Op de vloer, met laag invallend licht door een raam, soms wel. Daarom:

  • Controleer bij levering of alle dozen dezelfde tint- en kalibercode hebben, nog vóór de eerste tegel gelijmd is.
  • Leg niet doos per doos, maar neem afwisselend uit drie of vier dozen tegelijk. Zeker bij houtlook, natuursteenlook of tegels met veel variatie krijg je zo een natuurlijk geheel in plaats van vlekken.
  • Moet je toch nabestellen en krijg je een andere partij, leg die dan in een aparte ruimte en niet in dezelfde vloer.

Tegels op bestelling kan je later meestal wel bijbestellen. Maar dan wacht je opnieuw de levertijd af (vaak 1 à 4 weken, terwijl je werf stilligt), en je krijgt mogelijk een nieuwe productiepartij. Bij outletloten en laatste meters is op meestal echt op: dat zijn vaak restpartijen of collecties die uit productie gaan. Waarom outletloten goedkoper zijn, lees je in ons artikel over outlettegels.

En bewaar na de werken een paar tegels, liefst in de originele doos met het etiket erop. Breekt er ooit een tegel, dan heb je een exemplaar uit dezelfde partij. Hoe je zo’n tegel vervangt, lees je in ons artikel over het repareren van keramische tegels.

Hoeveel tegellijm en voegsel per m²?

Tegellijm. Kerakoll, de fabrikant van de Bioflex-lijmen die wij verkopen, rekent met ongeveer 1,25 kg poeder per m² per millimeter lijmlaag (zie de productfiche van Bioflex). Een lijmkam laat na het aandrukken grofweg de helft van zijn tandhoogte aan lijm achter. Vloertegels waarvan minstens één zijde 60 cm of meer meet, verlijm je volgens Buildwise (het vroegere WTCB) dubbel: ook op de rug van de tegel komt een dunne laag lijm. Dat geeft deze vuistregels:

ToepassingLijmkamVerbruikZak van 25 kg
Wandtegels tot 30×606 à 8 mm± 4 kg/m²± 6 m²
Vloertegels kleiner dan 60 cm8 à 10 mm± 5 kg/m²± 5 m²
Vloertegels vanaf 60 cm (60×60, 60×120), dubbel verlijmd8 à 10 mm + lijm op de rug6 à 7 kg/m²± 4 m²
120×120 en groter, en terrastegels buiten, dubbel verlijmd10 à 12 mm + lijm op de rug7 à 8 kg/m²± 3,5 m²

Het precieze verbruik staat op de zak en hangt ook af van hoe vlak je ondergrond is. Beter een zak te veel dan halverwege de vloer nog naar de winkel te moeten.

Voegsel. Voor voegsel kan je rekenen met deze formule:

kg per m² = (tegellengte + tegelbreedte) ÷ (tegellengte × tegelbreedte) × tegeldikte × voegbreedte × 1,9

Alle maten in millimeter. De factor 1,9 volgt uit de verbruikstabel van Kerakoll voor Fugabella Color, het voegsel dat wij in zakjes van 3 kg verkopen. Een paar uitkomsten:

TegelDikteVoegVerbruikZakje van 3 kg
120×1209 mm2 mm0,06 kg/m²± 50 m²
60×609 mm3 mm0,17 kg/m²± 17 m²
30×609 mm2 mm0,17 kg/m²± 17 m²
20×120 (houtlook)9 mm2 mm0,20 kg/m²± 15 m²
20×208 mm3 mm0,46 kg/m²± 6,5 m²
Mozaïek 5×56 mm2 mm0,91 kg/m²± 3 m²
Voegsel per m² per tegelformaat: 60 g bij 120×120, 170 g bij 60×60 en 30×60, 200 g bij 20×120, 460 g bij 20×20 en 910 g bij mozaïek 5×5

Mozaïek slorpt dus zestien keer zoveel voegsel op als een grote tegel. Wie een douchevloer in mozaïek voegt met wat er van de living overschoot, komt snel tekort. Voor de kleurkeuze kan je terecht in ons artikel over voegsel en voegkleur.

Wil je niet zelf rekenen, dan vind je in het legplan op elke tegelpagina onder “Benodigdheden” een lijst op maat van je ondergrond en ruimte: lijm, voegsel, siliconen en primer, met de aantallen erbij.

Wat bijna iedereen vergeet

  • Plinten. Reken 1 m² tegel per 10 lopende meter, of bestel ze op maat.
  • Dagkanten, vensterbanken en nissen: klein in m², groot in zaagwerk.
  • De vloer onder de keuken, als je daar doortegelt.
  • Een tweede voegkleur. Elke kleur is minstens één zakje.
  • Breuk. Bij grote formaten sneuvelt er al eens een tegel bij het zagen of het dragen.

Veelgestelde vragen

Hoeveel tegels gaan er in 1 m²?

Dat hangt af van het formaat. Je rekent het zelf uit met 1 gedeeld door (lengte × breedte in meter). De voegen laten we buiten beschouwing: bij tegels vanaf 60×60 scheelt dat hooguit 1%, bij kleine tegels zoals 20×20 2 à 3%, en altijd in je voordeel.

FormaatTegels per m²
20×2025
30×605,56
20×1204,17
60×602,78
60×1201,39
120×1200,69

Hoeveel procent snijverlies moet ik rekenen?

Voor een rechte plaatsing in een rechthoekige ruimte 5 à 10%, voor halfsteens of ⅓ verband 10%, voor grote formaten 10 à 15%, voor diagonaal 15% en voor visgraat 15 à 20%. In kleine, grillige ruimtes tel je er nog 5% bij.

Kan ik later nog tegels bijbestellen?

Bij tegels op bestelling meestal wel, maar niet gegarandeerd uit dezelfde partij, en je wacht opnieuw de levertijd af. Bij outletloten is op meestal op.

Wat als ik dozen overhoud?

Volgens onze algemene voorwaarden kan je als consument je aankoop van standaardproducten binnen 14 kalenderdagen herroepen, zolang ze ongebruikt, onbeschadigd en in de originele verpakking zijn. De retourkosten zijn dan voor jou. Na de werken is die termijn vaak al voorbij, en dan is die volle doos een prima reserve.

Hoeveel reservetegels hou ik best over?

Een paar per ruimte. Bij grote formaten volstaan één of twee tegels.

Hoeveel tegellijm per m² heb ik nodig?

Ongeveer 4 kg voor wandtegels, 5 kg voor kleinere vloertegels en 6 à 8 kg voor vloertegels vanaf 60 cm, die je dubbel verlijmt. Een zak van 25 kg doet dus ergens tussen 3 en 6 m².

Liever samen narekenen?

Neem je plan mee naar onze showroom in Antwerpen of Aartselaar, met de maten erop en een paar foto’s van nissen, ramen en hoeken. Dan rekenen we het samen na en kijken we meteen of er van jouw tegel genoeg op voorraad is, of wat de levertijd is als hij op bestelling komt.